Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT5108

Datum uitspraak2005-04-28
Datum gepubliceerd2005-05-04
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200502914/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij uitspraak van 23 februari 2005 in zaak no. 200406372/1 heeft de Afdeling het door het College ter beoordeling van geneesmiddelen en Hexal B.V. tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 juni 2004 ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd en het door verzoekster bij de rechtbank ingestelde beroep alsnog ongegrond verklaard.


Uitspraak

200502914/2. Datum uitspraak: 28 april 2005 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het verzoek om herziening (artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht) van: [verzoekster], gevestigd te [plaats], tegen de uitspraak van de Afdeling van 23 februari 2005 in zaak no. 200406372/1. 1.    Procesverloop Bij uitspraak van 23 februari 2005 in zaak no. 200406372/1 heeft de Afdeling het door het College ter beoordeling van geneesmiddelen en Hexal B.V. tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 juni 2004 ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd en het door verzoekster bij de rechtbank ingestelde beroep alsnog ongegrond verklaard. Bij brief van 1 april 2005, bij de Raad van State ingekomen op 4 april 2005, heeft verzoekster verzocht deze uitspraak te herzien. Voorts heeft zij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 april 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. J.R.A. Schoonderbeek, advocaat te Utrecht, het College ter beoordeling van geneesmiddelen, vertegenwoordigd door mr. M.F. van der Mersch, advocaat te Den Haag, en Hexal Pharma Nederland B.V., vertegenwoordigd door mr. J.Th. van Walderveen, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen. 2.    Overwegingen 2.1.    De door verzoekster aangevoerde gronden geven geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat het verzoek om herziening zal worden ingewilligd. Voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening bestaat geen grond. 2.2.    Het verzoek wordt afgewezen. 2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3.    Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.I.M. Peute, ambtenaar van Staat. w.g. Troostwijk    w.g. Peute Voorzitter    ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 28 april 2005 391.